De Zaanse Brabander

Home

leven

werk

hobby

verhalen
Om de menselijke maat in de zorg
Tanzania
huisarts in Uden
Medipark
het afscheid
huisarts in Uden

Herineringen en bespiegelingen aan mijn tijd als huisarts in Uden: 1976-2008.

In de eerste week van januari 1976 verhuisden wij naar Uden; Naar de Oliemolenstraat, de bungalow waar de familie Helwegen na hun pensionering zou gaan wonen. Op 1 april 1976 verruilden wij van huis. Van Brabant wist ik weinig en van Uden helemaal niets. Ik moest bij de onderhandelingen op de kaart kijken waar het lag. Het grote huis en de tuin was wennen. In oktober 1976 werd onze dochter Irene geboren.

     Het doktershuis in augustus 1975

 

Het werk was nog zoals huisartsen het toen al vele decennia deden. Vrij spreekuur; om 7.45 ging de deuren en men stroomde binnen. Zo’n 10 tot 15 patiënten per uur. Na 11 uur visite rijden; 10 tot 15 per dag. In de griep periodes soms wel 40 per dag. Daarna weer spreekuur tot 18.30 uur. Anderen hebben records gevestigd met het rijden van 70 visites per dag. Een keer per week deed ik zuigelingenbureau. Ook nog een keer per week spreekuur in Volkel en Odiliapeel. Ook nog bevallingen. Veel straatongevallen. Ook bezoek aan mensen in de cellen op het politiebureau. Bijv. om een inbewaringstelling in het kader van de toenmalige krankzinnigenwet af te geven.

Het was even wennen aan uitdrukkingen als”Alling keikapot en geen verrekkenis weert”. En aan “Menne mens ligt in de toddebak”.  De vraag “gaat het over”   betekende “is het besmettelijk?”. Dat is weer eens wat het anders dan het Zaanse “een zangerige boik en love biene”.

Er werden nog volop “leverinjecties”gegeven bij allerlei vermoeidheidsklachten. Verder werden er vaak injecties gegeven bij galsteen- of niersteenaanvallen of spit. Nu weten we dat tabletten net zo goed en net zo vlug helpen. De suggestieve werking van een injectie is echter nog steeds veel groter als van een tablet of zetpil. Van suggestie en hokus pokus heb ik nooit veel moeten hebben. Ik zou ook meteen door de mand vallen. Dus voor alternatieve geneeskunde heb ik nooit wat gevoeld.

Bedrust werd nog als een groot goed gezien. Ik kwam bij mensen thuis die hun eigen “ziekenkamer” hadden. Ziekenhuisopnames duurden ook lang. Zes weken was geen uitzondering. Zes weken plat voor een hernia bijvoorbeeld.

Annemieke van Acker was de praktijkassistente die alles draaiende hield. Het waren hectische tijden. Er was nog geen avonddienstregeling. De weekenddienst begon op vrijdagavond 23 uur en duurde tot zondag 24 uur. Dat was het enige moment dat je niet bereikbaar was; behalve voor bevallingen. Op zondagavond na de weekenddienst reed de dienstarts 's nachts nog langs de huizen van alle huisartsn om de weekendbriefjes in de bus te doen. Dan was hij de volgende morgen tijdens het spreekuur bekend met wat er in het weekend met zijn patienten is gebeurd. De meeste collega's gebruikten gebruikte enveloppen van de ziekenhuispost om de weeknddienstbriefjes in te stoppen. Huisartsen hebben altijd op de kleintjes gelet. later gingen de berichten per fax. Nu gaat alles via E mail. 

Al snel was duidelijk dat de praktijkruimte niet meer voldeed aan de eisen die aan de huisartsengeneeskunde werden gesteld. Daarnaast was er geen scheiding tussen onze privé woonruimte en de praktijk. Zo deelden we het toilet met de praktijk. De wachtenden voor de praktijkassistente stonden onder aan de trap naar de slaapkamers. Gesprekken met de Udense architect Jac. Louwers leidden er toe dat we een naast het huis een klein praktijkruimte wilde neerzetten, los van het huis. Maar dat mocht niet van de welstandscommissie van de gemeente. Het bestaande huis moest ”onder riet” worden vergroot. Of alles moest zo blijven. Dat laatste was geen optie. Dus kwam er nieuw plan dat drie keer zo duur zou worden. Toen alles klaars was het ongeveer zes keer zo duur geworden. En de hypotheekrente was ondertussen naar 9,5 % gegaan. Mede daarom draag ik autoriteiten nog steeds geen goed hart toe.

Tijdens de renovatie van het huis en de bouw van de nieuwe praktijk deed ik spreekuur in een Portakabin in de tuin.

          

Beton storten voor de nieuwe praktijk in 1978 

 

Tijdens de bouw logeerden wij in een zomerhuisje op camping de Pier. De praktijk werd in een Portakabin in de tuin gedaan.  Toen het klaar was, was het werken wel veel gemakkelijker geworden. En er was een scheiding tussen praktijk en privé gekomen. Er was gebouwd voor de toekomst wat er waren twee spreekkamers gekomen.

 

Het tekenen van de oprichtingsacte van de Huisartsen Vereniging Uden. 

 

Toen wij in Uden kwamen was de heftige concurrentiestrijd tussen de huisartsen grotendeels gestreden. In omliggende gemeenten was dat niet altijd het geval. Vooral door het werk van dokter Harry Hoevenaars werd in 1980 de huisartsenverenging Uden (HVGU) opgericht. Hiermee werd de samenwerking bij weekend- en avondwaarneming geregeld. Maar ook onderlinge hulp bij ziekte en overlijden. Een vorm van onderlinge sociale zekerheid die in feite uit de negentiende eeuw stamde. De HVGU bestaat nog steeds en regelt o.a. de roosters voor de huisartsenpost. We vergaderden elke twee weken op maandagavond bij een van de collega's thuis. Het werd altijd laat. De HVGU werd later ook gesprekspartner voor de overheid en het ziekenhuis.

Na zes jaar ging Annemieke van de Acker uit de praktijk omdat ze was getrouwd en ze een baby verwachtte. Haar plaats werd ingenomen door Carla van den Hurk en mijn echtgenote Gu. Het werken in een zeer grote praktijk was zwaar maar wel boeiend. Na de opening van de nieuwe praktijk zijn er een aantal huisartsen in opleiding in de praktijk werkzaam geweest. Dat ging in samenwerking met het huisartseninstituut van de Universiteit van Nijmegen.  Het vak ging steeds meer veranderen. Er kwamen aparte hoogleraren huisartsengeneeskunde. Er kwamen steeds meer mogelijkheden voor bij- en nascholing. Er kwamen  standaarden voor huisartsgeneeskundig handelen. Het vak ging zich steeds meer richten op de behandeling van chronische ziekten. In het begin deed ik veel aan gesprekstherapie. Ik zat op het Algemeen Psychiatrisch ziekenhuis Coudewater in een Balintgroep, een studiegroep over psychotherapie. De mogelijkheden voor verwijzing voor deze zaken waren toen in Oost Brabant niet zo groot.

Na 11 jaar ging ik associëren met dokter Kuipers. Ik kreeg het wat rustiger en er was tijd om te beginnen met automatisering. We hoorden bij de eerste groep in Nederland. Vooral Gu was er intensief meebezig. Patiënten vonden het vaak wat gek zo’n beeldscherm op het bureau in de spreekkamer. Er was veel negatief commentaar. Maar sinds elke oma met haar kleinkinderen E-mailt en half Nederland spulletjes koopt op Marktplaats.nl,  is het commentaar verdwenen. Men heeft nu vaak weer te overdreven verwachtingen van de computer in de praktijk. Onze eerste computer, een AT,  had een harde schijf van 40MB. Het grootste wat mogelijk was in die tijd. Computers deden het toen niet vanzelf. Ze waren erg storingsgevoelig. Nu kan ik zelfs vanaf mijn bureau de röntgenfoto’s in het ziekenhuis bekijken. Geleidelijk gingen de assistentes meer medische taken doen; zoals bloedsuikers meten. In Medipark maken ze de uitstrijkjes.

Huisartsengeneeskunde werd steeds meer een eigen vak met eigen methodes en wetenschappelijk onderzoek. Dat leidde wel eens tot spanningen met de ziekenhuisgeneeskunde. Op persoonlijk vlak ging het echter erg goed. Ik heb altijd met veel plezier met de medisch specialisten in de omgeving  samengewerkt. Ook daar waren grote veranderingen. Toen ik kwam waren in het St.Joseph ziekenhuis in Veghel twee chirurgen, drie internisten, twee gynaecologen, een kinderarts, een uroloog  etc.  Zo was er geen cardioloog of longarts. Er waren twee röntgenologen. Scannen was nog iets exotisch. De specialistische geneeskunde heeft een enorme vlucht genomen met scannen, scopieën, sterk verbeterde narcose technieken, microtechnieken. Enorme ontwikkelingen in de laboratorium diagnostiek. Vooral de echo bracht aanvankelijk erg veel verbeteringen in de diagnostiek. Het is geweldig veranderd. Dokter Broers begon in Veghel met bloedvatoperaties. Mevrouw van Relik was de eerste cardioloog en dokter van Opstal de eerste longarts in Veghel.

Het ziektepatroon ging ook veranderen.  Met Kerstmis 1976 had ik weekenddienst. Toen was de laatste mazelenepidemie met soms heel zieke kinderen. Er waren vaak galsteenaanvallen of astma aanvallen. Hartinfarcten kwamen vaker voor als nu  en dat geldt ook voor herseninfarcten.  In de loop van de jaren nam het aantal kinderen met astma sterk toe. De komst van nieuwe geneesmiddelen zoals puffers voor astma en betere middelen tegen hoge bloeddruk gaven een grote verbetering in de kwaliteit van leven. Ook hier was er weer een groot optimisme. Tot de komst van de AIDS. Toen gingen we anders tegen ziekten aankijken. Gedrag werd een belangrijke component van de ziekte kans. Het begrip leefstijl deed zijn intrede. Geleidelijk ging dit begrip niet alleen meer over seksualiteit maar over allerlei aspecten van het leven zoals eten, drinken, bewegen etc. Het dreigt te verworden tot “eigen schuld dikke bult”.

Carla van den Hurk ging na 11 jaar weg uit de praktijk vanwege het moederschap. Kort was Conny in onze praktijk maar ze bracht veel veranderingen. Als oud docente aan de opleiding in Heerlen bracht ze ontzettend veel kennis en ervaring binnen. Ze werkte samen met Gu en Heleen.

Daarna kwamen Annie van de Broek en Kirstin Leemans, die later zijn meegegaan naar Medipark. Dokter Kuipers kreeg de mogelijkheid om gedeeltelijk aan het huisartseninstituut van de Universiteit Nijmegen te gaan werken. Omdat ze minder in de praktijk ging werken kwam dokter Zandstra in de praktijk. Die werkte al als onderzoekster aan de universiteit.

De veranderingen in de medische zorg in de laatste dertig jaar zijn soms wel erg groot. Bij een maagzweer werd vroeger vaak overgegaan tot het  weghalen van driekwart van de maag. Een heel zware operatie. Tegenwoordig kan dit met medicijnen worden genezen. Vroeger kregen alle kinderen met koorts aspirine. Op enig moment werd dit niet veilig genoeg geacht en werd paracetamol het universele middel. Later kwam het kinderaspirientje terug in de preventie van hart en vaatziekten. De Standaard kinderziekte van het Nederlands Huisartsen genootschap, de wetenschappelijke vereniging van de huisartsen, adviseerde op een geven moment om bij kinderen met koorts maar eens aan te kijken. En zeker niet meer allerlei overhaastte visites te gaan maken. Ouders zijn daardoor ook zekerder van zichzelf geworden. Sommige geneesmiddelen zijn na een intensief gebruik verdwenen; bijvoorbeeld Glifanan. Een pijnstiller die erg veel werd gebruikt, totdat er ernstige bijwerkingen werden gemeld.

Toen ik afstudeerde wisten wij nog bijna niets van het belang van cholesterol. Toen kwam er een geneesmiddel. En we leerden het belang van cholesterol. Aanvankelijk moest het cholesterolgehalte beneden de 7 zijn. Om de paar jaar werd het richtcijfer naar beneden bijgesteld. En nu willen de cardiologen het beneden de 5 hebben.

Vele jaren geleden heb ik in het blad “ Medisch Contact” een pleidooi gehouden om meer ondersteunende medewerkers in de huisartsenpraktijk in te schakelen. Ik had er ervaring mee in Tanzania. Ik had het bestudeerd in Engeland. Veel later kwam het in Nederland ook tot zo’n ontwikkeling. Praktijkondersteuners dingen zich met de controles van chronische ziektes bezig houden. De praktijkassistentes deden bij ons al een deel van de controles van de diabetes. Toen Yvonne van der Ven bij ons kwam werken zijn we in samenwerking met de universiteit van Nijmegen begonnen met de controle van astma en COPD ( chronische bronchitis en emfyseem)  door de praktijkondersteuner.

Volstrekt nieuw is dat patiënten zelf meer invloed op hun ziekte en behandeling kunnen uitoefenen. Zo kunnen diabeten door zelfmeting van het bloedsuikergehalte  en het gebruik van kortwerkende insulines een steeds normaler leven leiden. Ook andere chronisch zieken hebben nieuwe mogelijkheden gekregen. De rol van de patiëntenverengingen is ook steeds belangrijker geworden. Samen met het internet heeft dit gezorgd voor een informatie explosie. DE relatie tussen arts en patiënt is daardoor anders geworden.

Alle huisartsen in Uden deden dertig jaar een aantal keren per maand zuigelingenbureau. Ik deed zuigelingenbureau in Uden, Volkel en Odiliapeel.  Dat was altijd reuze gezellig. Vooral toen de wijkzusters ook meededen op het bureau. Later werden de wijkzorgteams en en de jeugd- en kindzorg gesplitst. Er kwamen regelmatig nieuwe reorganisaties. Er waren ook ”modes” of trends in de jeugdzorg. Bijv. dat alle kinderen op hun buik moesten slapen. Dat bleek achteraf toch gevaarlijk te zijn. Een andere mode was opvolgmelk. Terugkijkende is het onbegrijpelijk  dat onze kinderen toch nog relatief gezond zijn opgegroeid ondanks het niet drinken van opvolgmelk etc. Dergelijke “modes” ontstaan omdat wetenschappelijk onderzoek naar deze zaken erg moeilijk is. Het is vaak gebaseerd op analoge redeneringen. Een huidige trend is het inbakeren van huilbabies. Mijn strategie was altijd het zelfvertrouwen van de ouders te versterken. Het opvoeden van kinderen is een natuurlijk proces. En verder was “Dokter Spock mijn leidsman.  Spock was een Amerikaanse kinderarts die een boek over gewone kinderziektes en de opvoeding van kinderen heeft geschreven. In Amerika heeft de kinderarts vaak de  rol van gezinsarts; zoals de huisarts in Nederland. In 1950 woonden veel Amerikaanse gezien te ver van het ziekenhuis. De moeders moesten het met hun zieke kinderen zelf zien te rooien. Het boek van dokter Spock was een grote hulp. In aangepaste vorm verschijnt het boek nog steeds. Ook in Nederland.

Wetenschappelijk onderzoek in de geneeskunde is erg veranderd. Toen ik begon was het woord van een professor wet. Maar door de opkomst van “evidence based medicine” kreeg het medisch handelen een steeds hechtere grondslag. Soms betekende onderzoek dat volgens die richtlijnen werd uitgevoerd, dat bestaande vormen van behandeling naar de medische folklore werden verwezen. Bedrust was er een van.  Door internet begint deze kennis ook steeds sneller door te dringen in alle lagen van de bevolking.

Ik heb ooit geschreven dat de huisarts de SRV man van de gezondheidszorg was.  Wij maakten vroeger heel veel visites. Rugpijn, kinderen en volwassen met verkoudheid etc. Na de standaard kinderen met koorts ging dat veranderen. Maar ook omdat ouders hun kinderen naar de opvang brachten zodat er niemand meer thuis was. Opvattingen over rugpijn gingen veranderen. Bedrust werd uit den boze. Maar is nu weer een beetje terug. De drempel voor het aanvragen van visites was vroeger wel heel erg laag. Zo werd het normaal gevonden om een visite te vragen om te helpen bij het zoeken naar de contactlenzen.

Er is nog veel meer veranderd. Bijvoorbeeld in de manier waarop ik bereikbaar was. Vroeger schreef de assistente de lijst van de visites op. Daarbij hield zij er rekening mee dat er ten minste om de twee visites iemand was met een telefoon. De bereikbaarheid was voor dokter en gezin een enorme belasting. Later kwam de semafoon en toen de mobilofoon en de mobilofoon+semafoon. En ten slotte de GSM.

Ook enorm veranderd zijn de loondervingwetten. De WAO was ooit bedoeld voor 40000 zwaar gehandicapte mensen. Uiteindelijk zaten er bijna een miljoen mensen in de WAO. De landen om ons heen kenden dit verschijnsel helemaal niet. Het was ook niet te verklaren dat wij veel meer arbeidsongeschikten zouden hebben als alle andere landen. Hele bedrijfstakken (bijv. scheepsbouw) konden worden gesaneerd omdat de werknemers in de WAO konden komen. De wal heeft het schip gekeerd en de WAO is vervangen door de WIA.

De avond- nacht- en weekenddienst was vroeger een normaal aspect van de huisartsenzorg. Tijdens het spreekuur van de weekenddienst moesten de mensen soms buiten wachten zo druk was het. Er was veel oneigenlijk gebruik van de weekenddienst omdat het voor de meeste patiënten “gratis” was. Al vele jaren was duidelijk dat het systeem niet meer was te handhaven. Vooral ook omdat de beloning zeer slecht was. En de partners van de artsen werden min of meer verplicht om mee te doen. Het geweld in de avond- en weekenddienst ging toenemen. De oplossing werd gezien in  het opzetten van grootschalige huisartsenposten. In deze oplossing heb ik mij niet herkend.

In 1992 werd de eerste poging ondernomen om samen met de apotheek te komen tot een medisch centrum. We wilden dit graag aan de Loswal. Maar dat mocht niet van de gemeente omdat de houtsingel langs de Parallelweg een ecologische verbindingszone was. In 2007 is deze verwijderd om plaats te maken voor een parkeerterrein. Toen waren het opeens verwaarloosde bomen. Mijn gevoelens voor autoriteiten heb ik reeds genoemd.

Later hebben we het opnieuw  geprobeerd. Er kwam een plan Botermarkt. Er kwam een plan Kastanjeweg. Dankzij de onvermoeibare energie van projectleider Henk Wintjes is het uiteindelijk gelukt in het Bevrijdingpark. Daar mocht een oude school worden gesloopt. Binnen deze bouwcontouren kon Medipark verrijzen.

Een leven als vergadertijger.

Naast mijn werk als huisarts heb ik ook veel bestuurlijke functie's gehad.Op de middelbare school en tijdens mijn studententijd zat ik al in allerlei besturen. Enige jaren na de vestiging in Uden werd ik secretaris van de plaatselijke huisartsenvereniging Den Bosch en omstreken. Dit bleek mijn eerste stap op het pad van een lange loopbaan van functies in besturen in de huisartsenwereld. Zo werd ik voorzitter van de Districts huisartsenverenging en lid van het centraal bestuur van de Landelijke huisartsen vereniging. In dat verband maakte ik ook de eerste huisartsenstaking mee in 1985. Ik zat in het actiecomité, met o.a.het later Tweede Kamerlid Siem Buijs We hebben gezorgd voor de zorgvuldigheidseisen die aan acties in de gezondheidszorg gesteld zijn geworden. Later hebben de verpleegkundigen en specialisten hier voordeel van gehad bij hun acties. We hebben toen ook de eerste tarievenposter in de gezondheidszorg gemaakt. Net als bij de kappers. De tarievenposter leidde er toe dat de huisartsen eindelijk gingen declareren wat ze mochten. Dat gaf een aanzienlijke stijging van het inkomen. En we hebben toen twee keer een kort geding tegen de regering gewonnen. Een keer zelfs met dwangsom. Een unicum. In een proefschrift werd later geconcludeerd dat de huisartsen en de Urker vissers de effectiefste actievoerders van de jaren “80” waren geweest.

Later raakte ik betrokken bij de bestuurlijke aspecten van de huisartsenautomatisering. Zo werd ik de eerste voorzitter van de koepelverenging van geautomatiseerde huisartsen. Vanwege mijn werk in huisartsenverengingen werd ik gevraagd voor raden van toezicht in de geestelijk gezondheidszorg en de verslavingszorg.









Homelevenwerkhobbyverhalen