De Zaanse Brabander

Home

leven

werk

hobby

verhalen
Om de menselijke maat in de zorg
mijn ouders
de Zaanstreek
school en leven
beroepsopleiding
beroepsopleiding

De Medische studie

Na het eindexamen in 1963 werd ik student aan de Universiteit van Amsterdam.  Weer een hele nieuwe wereld. Veel colleges waren in oude eerbiedwaardige gebouwen. De collegezalen waren vaak zo klein dat we op de gang moesten staan. Niet erg volgens de professoren omdat een groot deel van de studenten toch zou afvallen. Het was de eerste jaren erg taai. Het eerste jaar ging niet goed. Toen heb ik een jaar in het programma Studium Generale gestudeerd. Een soort overzicht van alle vakken; van erfelijkheidsleer tot politicologie en van kunstgeschiedenis tot sociografie. Ik wist daarna zeker dat ik met de geneeskunde door wilde gaan. Ik was de eerste jaren spoorstudent omdat er geen kamers waren. In 1965 kreeg ik een kamer in een nieuw studentenhuis in de Amsterdamse wijk de Jordaan. Volgens sommigen was dit het moment dat de “ver-jupping” van de Jordaan begon. Daar heb ik mijn hele studie verder gewoond; op de hoek van de Egelantiersstraat en de Prinsengracht. Na het kandidaatsexamen werd het leuker en ging de studie verder in de oude ziekenhuizen Binnengasthuis en Wilhelmina Gasthuis. Enorme complexen van oude gebouwen. Er waren vele beroemde hoogleraren zoals Prof. Borst, de internist, Prof. Boerema de chirurg, Prof. Kloosterman de gynaecoloog, prof. Durrer de cardioloog,   en Prof. Biemand de neuroloog. Heel bekend was prof. Kuiper, de psychiater, die een grote invloed had op hele generaties studenten. Hij gaf al collega vanaf het tweede studie jaar. Hij was een groot propagandist van de psychoanalyse. Zijn boeken waren bestsellers. De specialistische geneeskunde maakte een enorme bloei door. Alles leek te kunnen.  De bomen groeiden tot de hemel. Met name door de biochemie waren hele nieuwe mogelijkheden gekomen voor de interne geneeskunde. Nieuwe toepassingen in de meet- en regeltechniek verbeterde de beeldvormende diagnostiek ( röntgen, scans) en de anesthesiologie. Huisartsengeneeskunde was nog geen apart vak. Je werd opgeleid tot algemeen arts en dan was je automatisch huisarts.

 

In de zomer van 1969 werd ik medisch doctorandus. Ik kon beginnen aan het echte werk. Twee jaar werken als coassistent. Ik heb in veel ziekenhuizen gewerkt. Interne ziekten, longziekte en cardiologie in het Onze Lieve Vrouwe gasthuis, kindergeneeskunde in het Binnengasthuis, neurologie , gynaecologie, verloskunde, chirurgie in Wilhelmina gasthuis, psychiatrie in het Sint Lucas Ziekenhuis en  huidziekten in het ziekenhuis Amsterdam-Noord. Verder bevallingen begeleiden met de verloskundigen in Amsterdam Oud-West. Zuigelingenbureau bij de GGD in Amsterdam West. In de zomer van 1971 werd ik arts.

 

Van vakantiebaantjes naar een beroepsloopbaan.

Op de lagere school werkte ik af en toe op een boerderij. Ik hielp bij kleine bedrijfjes; onder andere bij het schoonmaken van verf- en olievaten. Daar was mijn moeder niet erg blij mee. Op de HBS werkte ik in de vakantie. De eerste baan was op het kantoor van de verffabriek Pieter Schoen in Zaandam. Daarna bij de spoorwegen; beheer van de fietsenstalling van het station Wormerveer, schoon maken van de toiletten, kaartje controle aan de uitgang, expresse pakjes naar de treinconducteurs brengen. Een keer mocht in een locomotief bedienen toen er op zondagmorgen een wagon was weggewaaid. Later heb ik alle vakanties bij de PTT in Wormerveer gewerkt. Brievensteller. Telegrambesteller. Nachtsorteerder etc.

 

Verder was in correspondent voor regionale kranten. Ik maakte verslagen van voetbalwedstrijden, gemeenteraadsvergaderingen etc. Dit alles voor vier cent per regel. Na mijn kandidaatsexamen kreeg in de kans om voor 10 uur per week les te geven op de Prinses Ireneschool in Amsterdam was. Ik gaf daar biologie, anatomie, gezondheidsleer en seksuele voorlichting aan leerlingen van de INAZ opleiding. Een van mijn collega’s, de tekenleraar, was de vader van de acteur Jeroen Krabbé. Later gaf ik les op de verpleegstersopleiding van Huize Lydia in Amsterdam.

Tussen het doctoraalexamen en het artsexamen zat vroeger het semi-arts examen. Na mijn semi-arts examen was ik gevraagd om drie maanden als assistent te komen werken op de interne afdeling van het Onze Lieve Vrouwe gasthuis in Amsterdam-Oost. Ik had daar ook mijn coassistentschap gedaan.

In het laatste deel van mijn tijd als coassistent, ik was toen al semi-arts en bevoegd tot waarnemen, viel ik af en toe in voor huisartsen in de Bijlmermeer. O.a. voor Boy Edgar, huisarts, wetenschappen en jazz musicus. Bij hem had ook een vrijwillige stage huisartsengeneeskunde gedaan. Na mijn artsexamen heb ik verschillende huisartsenpraktijken in het land waargenomen.









Homelevenwerkhobbyverhalen