De Zaanse Brabander

Home

leven

werk

hobby

verhalen
Om de menselijke maat in de zorg
mijn ouders
de Zaanstreek
school en leven
beroepsopleiding
mijn ouders

Mijn vader en moeder kwamen allebei uit Noord Holland. Mijn vader is in 1917 in Wormer geboren. Mijn moeder is in 1920 in Schermerhorn geboren en verhuisde in 1929 naar Wormer. De Zaanstreek was een economisch sterk gebied.Mijn vader leerde mijn moeder kennen omdat ze de jongere zus was van zijn schoolvriend. Voor die tijd waren ze zeer sportief. Mijn vader speelde in de voetbalvereniging WSV '30 en had samen met vrienden de kanoclub ‘de Trekvolgels” opgericht. Maar omdat men “gemengd ging kanoen” onzedig vond, werd de club vanaf de preekstoel ontbonden. Zo ging dat in die tijd. Mijn moeder had ook een kano.

   

links boven; mijn vader tweede van links

links onder; mijn moeder in haar kano "Dorothea"

     

De verkering en verloving van mijn ouders werd ernstig verstoord door de dreigende oorlog in Europa. Mijn vader was als dienstplichtige onder de wapenen geweest. En vanaf de september 1938, de crisisdreiging rond het verdrag van Munchen, was hij gemobiliseerd. Hij was vooral in het zuiden van Nederland gelegerd. Zoals in Blerick en Lage Zwaluwe.

    

mijn vader rechts op de foto bij de een luchtafweerbatterij bij de Moerdijk in 1939.

 

Mijn vader had als dienstplichtig militair gevochten in de meidagen van 1940. Hij was bij een luchtafweerbatterij die was gelegerd bij het gehucht de Westzaner Overtoom. Deze batterij moest de Hembrug en Schiphol verdedigen. Tot april 1940 was hij gelegerd bij de Moerdijkbruggen. Maar omdat Duitse parachutisten Oslo en Kopenhagen hadden veroverd door op de vliegvelden te landen, werden in april 1940 een groot aantal luchtverdedigingtroepen verplaatst naar posities rond Den Haag en Amsterdam. Zo kwam mijn vader op het laatste moment als soldaat in zijn geboortestreek. Na de capitulatie kon hij eerst zijn gewone leven oppakken. Maar toen de ”Arbeitseinsatz“, de verplichte tewerkstelling in Duitsland, dreigde, dook hij onder. Vele mannen, vaak  de oud-militairen, moesten naar Duitsland om te helpen in de Duitse oorlogsindustrie. Ze vervingen Duitse mannen die in het leger zaten. “Onderduikers” verhuisden en namen een andere identiteit aan. Zo probeerden ze aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Zo ook mijn vader. Hij was verloofd met mijn moeder, een zus van zijn vriend. Hij wilde onderduiken bij zijn aanstaande schoonouders. Maar die wilden dat er eerst getrouwd werd en zo gebeurde het in 1942.

 

In het streekarchief Waterland in Purmerend zijn deze twee foto's te vinden. Op de bovenste staan de bruiloftsgasten op de bruiloft van mijn ouders. Op de onderste gaan zij met het koetsje naar het gemeentehuis. dMat koetsje hadden ze niet om romanische redenen gekozen, maar omdat er toen geen benzine meer was voor trouwauto's

Als onderduiker, vergelijkbaar met de huidige illegalen in Nederland,  had men meestal geen inkomen. Er ontstonden weer huisindustrietjes om in het levensonderhoud te voorzien. Mijn vader maakte samen met anderen lepelrekjes. Ze zaagden dubbeltjes en kwartjes met de beeltenis van Koningin Wilhelmina uit en ze soldeerden die aan lepeltjes. Mijn moeder moest die onder haar kleding verbergen en zo vervoeren naar afnemers.

De kleermakerij en manufacturenzaak van mijn grootouders aan de Dorpsstraat in Wormer.

De vader van mijn moeder had een manufacturenzaak, een kledingwinkel, en een kledingatelier waar naaisters nieuwe kleren maakten of oude kleren herstelden. In de oorlog maakte men zelfs kleding van oude gordijnen. Na de oorlog zou men nog enige tijd kleding maken van de droogvilten van de papierfabriek. Mijn andere grootvader voer als machinist op een sleepboot van de papierfabriek. Bijna al het verkeer voor de Zaanse fabrieken ging over het water. Grondstoffen voor de papierfabriek in Wormer werden aangevoerd van de eigen zeehaven van de firma Van Gelder Zonen in Velsen aan het Noordzeekanaal. Nieuw papier werd per schip naar de Amsterdamse zeehaven, naar drukkerijen of naar het eigen distributiecentrum in Amsterdam gebracht. De fabriek beschikte over, een voor die tijd, moderne vloot van motorschepen. Omdat er in de oorlog geen dieselolie was te krijgen, kocht men een 60 jaar oude stoomsleepboot die met steenkool werd gestookt. Steenkool had men nog wel. Met deze sleepboot, die Fram heette, ging men in de hongerwinter over het IJsselmeer naar Friesland om door middel van ruilhandel graan en aardappelen te halen voor de werknemers en gepensioneerden van de papierfabriek. Op het terrein van de papierfabriek was men tabak gaan telen, die men als ruilmiddel gebruikte met de boeren. De tochten over het IJsselmeer waren gevaarlijk omdat zowel Duitse als geallieerde vliegtuigen schoten op alles wat voer.

Ook van de Fram is in de beeldbank van het streekarchief Waterland in Purmerend een foto te zien.

In deze duistere periode werd ik op 8 maart 1945 geboren.

Homelevenwerkhobbyverhalen